Tribus Chrysomelini

Genus Oreina Chevrolat in Dejean, 1836


Oreina coerulea in Europa. WINKELMAN 2003 

zie ook kaart Schadlowski (2016)  en zie ook Schmitt & Rönn (2011):

www.pensoft.net/ZooKeys-157-131-g011.jpg 


subgenus  Allorina   Weise, 1902

Oreina coerulea (Olivier, 1790)


= tristis auct. non (Fabricius, 1792) 
 = rugulosa (Suffrian, 1851    
           non Gebler, 1841)                 


Blauwe berggoudhaan   

 

 

Oreina caerulea, Behringersmühle, 29-VII-1936, A.M. Evers (ZMAN)Sterk geïsoleerd in oude bossen, vooral montaan op Centaurie (Centaurea L.) en ook op de montane Alpenkruiskruiden (Adenostyles Cassini). Alpenkruiskruid is tegenwoordig in het laagland uiteraard alleen nog in prehistorische grondlagen te vinden. 

Volgens een stamboom van Dobler et al. (1996) is Oreina coerulea primitief. Zij leggen eieren, terwijl de meer ontwikkelde soorten levendbarend zijn.

Oreina coerulea is in heel Midden-Europa zeldzaam en is al vóór 1900 achteruitgegaan. In het midden Europese bestand  CHRYFAUN minder dan 10 records (Schmitt & Rönn 2011). Meest noordelijke vondsten zijn geweest in Karelië, in Finland (Weise, 1893) , maar niet meer op genomen Atlas of the Beetles of Finland 2010. En in de omgeving van Mga (Sint Petersburg) (Lobanov, 2000). Tot in het Oeral-gebergte en daarmee één van de meest oostelijke soorten, nog gevonden in 1998 (Gus’kova 2010).

Horion (1969) noemt diverse Duitse gebergten (o.m. in Neder-Saksen en op de Holzberg langs de Weser); in zuidelijke Duitsland in Baden en Württemberg na 1950 14 vondsten, o.m. nabij Stuttgart (Frank & Konzelmann, 2003), zeer recent gemeld uit het Zwarte Woud bij Seebach N48°35'E8°11' (Benisch 2014). In België uitgestorven (<1876). Vroeger in geheel Noord-Frankrijk (Normandië, Calais, Lille en de Vogezen), tegenwoordig echter zeer zeldzaam. Nog in 1970 aanwezig in enkele bossen ten noorden van Parijs (Bergeal & Doguet, 1992). Tegenwoordig is de situatie in Frankrijk steeds meer bekend en is de soort tegenwoordig in zes departementen te vinden: Orne 2010, Seine-et-Marne 2001, Vosges 2010, Allier 2010 (INPN 2014), Seine-Maritime 2010 en Morbihan 2014 (Galerie du Monde des insectes). In Callot & Matter (2003) wordt deze berggoudhaan samenlevend gemeld met Chrysolina fuliginosa (Olivier, 1807) uit Marmoutier in de Vogezen op 20-V-1989. In Denemarken zeer zeldzaam en sterk afgenomen, maar recent nog gevonden (Hansen, 1996; Gønget, 2007 en laatste vondst op eiland Langeland 2013 (www.fugleognatur.dk). Op 13 november 2011 bij GBIF 5 records uit Denemarken 1x, Duitsland 2x en Polen 1x. Op 13 november 2014 bij GBIF 2 records Slowakije 1x (2010) en Polen 1x. Op 13 november 2016 bij GBIF 62 records.  In de zuidoostelijke Poolse nationale natuurparken  op uitlopers (middelgebergte) van de Karpaten na 2000 van meerdere locaties (baza.biomap.pl-620463).

 


 literatuur  Oreina coerulea

Google

View (interactive) information

Distribution and Phenology

Google

 

 


DK

www.fugleognatur.dk (2001)
In association with the Natural History Museum Aarhus


FR


::: GALERIE DU MONDE DES INSECTES :::

Galerie du Monde des insectes
Michel Guttin & Pierre Duhem (eds) 2004
France department 79 Deux-Sèvres region
Poitou-Charentes 05/06/2010 leg. David Guedon


FR


INPN Inventaire National du Patrimoine Naturel
Muséum National d’Histoire Naturelle


DE


Naturgucker (2008) www.naturgucker.de


PL

 

 

 

 

Biodiversity Map

Polish Biodiversity Information Network (KSIB)
Krajowa Siec Informacji o Bioróznorodnosci


   

 

Fauna Europaea Service 2004

 

 

Global Biodiversity Information Facility (GBIF)
Op 13 november 2011 bij GBIF (5751601) 5x records uit Denemarken 1x, Duitsland 2x en Polen 1x.

Op 25 januari 2014 schiet het nog niet op met de records van heel genus Oreina. Er staan er totaal maar 161 op en de kwaliteit is laag, zie bijvoorbeeld de Alpen bij Dusseldorf (www.gbif.org/occurrence/192193389). 

Op 13 november 2016 er wordt wel iets toegevoegd, want nu 2305 records www.gbif.org/occurrence/657572086 

 


BONTEMS, C., 1981. Les espèces de Linné et Fabricius du genre Oreina. Nouv. Rev. Ent. 11: 93-109. 

BONTEMS, C., 1984. Les Allorina de France et les régions limitrophes. Nouv. Rev. Ent. (N.S.) 1: 179-201. 

BONTEMS, C., 1991. Les Oreina de G.A. Olivier. Bull. Soc. ent. Fr. 95: 311-326 + 97: 338.

BONTEMS, C., 2001.  Les Oreina de Sibérie. Bull. Soc. ent. Fr. 106 : 65-77.

BONTEMS, C., 2004. Le statut de Chrysomela sumptuosa Redtenbacher. .Bull. Soc. ent. Fr. 109: 193-195.

BECHYNÉ, J., 1958. Über die taxonomische Valenz der Namen von Oreina s.str. Bull. Soc. Ent. Suisse 31: 79-95.

BERGEAL, M. & S. DOGUET, 1992. Catalogue des Coléoptères Chrysomelidae de l'Ile-de-France. Bull. Liaison ACOREP suppl. 1-78.

Borowiec, L., 2004. Oreina Chevrolat, 1837. List of species: 20 (species with colour photos marked with an asterisk *). [culex.biol.uni.wroc.pl/cassidae/ European%20Chrysomelidae/oreina.htm].

BOURDONNÉ, J.-C., 1985. Une nouvelle Oreina de France. Nouv. Rev. Ent. (N.S.) 2: 392. 

BOURDONNÉ, J.-C., 1987. Désignation du Lectotype de Chrysomela melancholica Heer, 1845. Nouv. Rev. Ent. (N.S.) 4: 210.

BOURDONNÉ, J.-C., 1988. Note sur les deux Chrysomela coerulea d'Olivier. Entomologiste 44: 5-15.

BOURDONNÉ, J.-C.,  2007. Opinion: the waltz of the species. Chrysomela 48: 10-11.

Callot, H.J. & J. Matter, 2003. Cataloque et atlas Coléopteres d'Alsace, tome 13 Chrysomelidae. Societe Alsacienne d'Entomologie, Musee Zoologique de l'Universite et de la ville de Strasbourg. 1-135.

CHAPMAN, T.A. 1903. A contribution to the life history of Orina tristis. Trans. ent. soc. London 39: 245-261.

DACCORDI, M., 1976. Le specie Appenniniche del genere Oreina. Boll. Mus. Civ. St. Nat. Verona 3: 379-411.

DACCORDI, M., 1994. Notes for phylogenetic study of Chrysomelinae, with descriptions of new taxa and a list of all the known genera.

In D.G. Furth (ed.) Proceedings 3rd international Symposium on the Chrysomelidae Beijing, 1992. pag. 60-84. Backhuys, Leiden.

DOBLER, S.; P. MARDULYN; J.M. PASTEELS & M. ROWELL-RAHIER, 1996. Host-plants switches and the evolution of chemical defense and life history in the leaf beetle genus Oreina. Evolution 50: 2373-2386.

Gønget, H., 2007. Blå glansbladbille Oreina caerulea. Fagdatacenter for Biodiversitet og Terrestrisk Natur. Danish Red Data Book, 2007. NERI/DMU, University of Aarhus, Denmark. [www2.dmu.dk].

GRUEV, B.A., 1979. Chrysomelidae Jugoslawiens. Dtsch. Ent. Z. (N.F.) 26: 113-152.

HÄNEL, K., 1937. Katalog der Chrysochloa-Arten. Kol. Runds. 23: 25-34.

JOLIVET, P.H.; M.L. COX & E. PETITPIERRE (eds), 1994. Novel aspects of the biology of Chrysomelidae. 1-582. Kluwer Academic Publishers Dordrecht.

Jørum, P.; S. Kristensen, V. Mahler, O. Martin, M. Holmen & H. Gønget, 1997. Rødliste 1997 over planter og dyr i Danmark. [OLD VERSION OFF LINE].

Frank, J. & E. Konzelmann, 2003. Die Käfer Baden-Württembergs 1950-2000. Landesanstalt für Umweltschutz Baden-Württemberg (LfU), Naturschutz-Praxis Artenschutz 6: 1-521.

KÖHLER, F. & B. KLAUSNITZER (eds), 1998. Verzeichnis der Käfer Deutschlands. Ent. Nach. Ber. suppl. 4: 1- 185. zie ook www.koleopterologie.de

KÜHNELT, M., 1984. Monographie der Blattkäfergattung Chrysochloa. Sitzungber. Österr. Akad. Wiss. Math.-Nat.wiss. Kl. 193: 171-287.

KIPPENBERG, H., 1994. Chrysomelidae. In: Die Käfer Mitteleuropas 14 (Lohse, G.A. & W.H. Lucht eds): 17-87. Goecke & Evers, Krefeld.

Schadlowski, B., 2016. Verbreitungstypen von Blattkäfern in Mitteleuropa östlich von Deutschland. Ernst-Moritz-Arndt-Universität Greifswald, Bachelor-Arbeit Biologie matrikelnummer 139049: 1-111.

WARCHALOWSKI, A., 1974. Wystepowanie podhalanki Chrysochloa rugulosa (Suffrian, 1851) na obszarze Polski i Europy. Przeglad Zoologiczny 18: 115-118..

WARCHALOWSKI, A., 2003. Chrysomelidae: the leaf-beetles of Europe and the Mediterranean area. 1-600, 56 plates. Natura optima dux Foundation, Warszawa.


contact Jaap Winkelman  Amsterdam Nederland


Het genus Oreina komt met 25 soorten voor in de meeste gebergten van Europa, tenminste gerekend vóór Löbl & Smetana (2010). Waarschijnlijk zijn vele soorten bedreigd (zie ook een van de laatste opmerkingen 21 november 2012). Buiten Europa heeft Oreina nog 2 soorten in Siberië en Centraal-Azië (Siberian Zoological Museum Novosibrisk) en mogelijk in ook Afrika. Volgens Daccordi (1994) zou namelijk de Afrikaanse Liomela splendida Weise 1912 ook tot dit genus behoren. Uit Groot-Brittannië alleen bekend van een Tertiair fossiel (Santiago-Blay, 1994 in Jolivet).

  

Tegenwoordig vooral aan te treffen in of nabij bergbossen tot in de hoog alpiene zone. 

 

Determinatie zie Arved Lompe 2013. Oreina. Die Käfer Europas, ein Bestimmungswerk im Internet. [www.coleo-net.de].

 

 

De functie van al die kleur

 

Zomers heb ik hen in de zon meermaals in groepjes aangetroffen, zelfs tussen de eveneens fraai metaalkleurige Goudhanen van een ander genus (Chrysolina). De functie van al die kleur is veelzijdig. Enerzijds kan het dekschild als zonnefilter werken om de afweerstof van de voedselplant niet te activeren, en anderzijds kan het best zijn dat de relatie plant-dier meer is dan alleen eten en gegeten worden, bijvoorbeeld sexueel. ik zou was eens willen onderzoeken of planten met nep-goudhanen meer nakomelingen krijgen dan zonder, maar dit reikt verder dan 't internet, alhoewel in een fraaie foto vond van Chrysolina americana: García (2007). Garcia noemt zijn foto een "críptica", maar waarom zou je hoog in een bloeiende plant in de zon gaan zitten? Blauw is zeldzaam in de natuur en er moeten bestuivers worden gelokt, de kever verschuilt zich niet in de kleur, maar versterkt de pogingen van de plant. Heel subtiel door selectief wel en niet op te vallen. Vergelijk ook de foto van een Chrysolina in de Wageningse Bovenpolder, 13-VIII-2010, John Bouwmans (waarneming.nl-1468422).

 

"The flowers of angiosperms are renowned for their high degree of diversity of form. Darwin (1862) was amongst the first to demonstrate the significance of variation in floral design in ensuring successful pollination. Indeed the interactions between floral design and the diversity of insect pollinators are regarded as a classical example of co-evolution which was in part responsible for the adaptive radiation that occurred in both these groups following the end of the Cretaceous (Richards, 1997). Almost every element of the design of flowers has been extensively researched (Proctor et al., 1996) and demonstrated to be important in attracting pollinators."

Warren, J. & P. James, 2008. Do flowers wave to attract pollinators? A case study with Silene maritima. J. Evol. Biol. 21: 1024–1029.


# VEREECKEN N. J., WILSON C. A., HÖTLING S., SCHULZ S., BANKETOV S. A., MARDULYN P. 2012. Pre-adaptations and the evolution of pollination by sexual deception: Cope’s rule of specialization revisited. Proceedings of the Royal Society B, 279: 4786-4794. [PDF]


________
Terug naar de opsomming van kenmerken. Oorspronkelijk eierenleggend op Composieten (Asteraceae), als in het subgenus Chrysochloa Hope, 1840. En later vivipaar op Schermbloemen (Apiaceae), zoals in het subgenus Oreina s.str. (Dobler et al., 1996). Bij ovoparie worden de eieren op de plant gelegd; bij ovoviviparie komen de eieren in het vrouwtje uit en worden vlak daarna als larven afgezet op de waarplant; hetzelfde geldt voor viviparie, maar daarbij worden de ontwikkelende eieren (embryo's) ook nog gevoed in het vrouwtje. 

De meer ontwikkelde soorten, als O.(Oreina) speciosa (Linné, 1767) verdedigen zich met zelfgemaakte afweerstoffen (steroïd-glycosiden). De primitievere soorten, zoals O. (Chrysochloa) cacaliae (Schrank, 1785) gebruikt 'slechts' de giftige alkaloïden (afweerstoffen van Senecioneae) van de voedselplant. De kevers scheiden deze of de versterkte afweerstof uit met klieren aan de zijde van hun lichaam.

Eenvoudig te kweken op de inheemse vertegenwoordigers uit de betreffende familie, als Hoefblad of Fluitenkruid. 

 

 

Université de Neuchâtel, Switserland  Zie ook evolutionary entomology and chemical ecology laboratories

Université de Neuchâtel, Switserland

 

voor Oreina

 

 

 


na vele de catalogi, monografiën e.d. wederom een lijst 

tot de palearctische catalogus af is.

 

 

Deze lijst is uit 2003-2009 en nog niet vergeleken met

 

 

Kippenberg, H., 2010. Chrysomelidae 390-443. In: I.  Löbl & A. Smetana (eds.), 2010.

Catalogue of the Palaearctic Coleoptera 6. Chrysomeloidea. 

Apollo Books, Stenstrup. 924 p.

 

 

Op GBIF staat een zekere Oreina nikolski uit Japan, maar deze is mij niet bekend.

 

 

Genus Oreina Chevrolat in Dejean, 1836

subgenus Oreina s.str.

   =Romalorina Weise, 1906

O. alpestris (Schummel, 1844)

    =C. polymorpha Kraatz, 1880

    =C. variabilis Weise, 1883

    =C. marsicana Luigioni, 1933 zie Fauna Europaea Service

O. speciosa (Linné, 1767)

    =C. gloriosa auct. non Fabricius, 1781

    =C. vittigera Suffrian, 1851

O. ganglbaueri (Jakob, 1953)

    =C. auberi David, 1954

O. liturata (Scopoli, 1763)

O. gloriosa (Fabricius, 1781)

    =C. vittigera auct. non. Suffrian, 1851 

O. bifrons (Fabricius, 1792)

    =C. heterocera Reitter, 1917

O. sulcata (Gebler 1823)

    = C. basilea Gebler 1823

O. viridis (Duftschmid, 1825)

subgenus Allorina Weise, 1902

O. bidentata Bontems, 1981

    =C. tristis auct. non Fabricius, 1792

O. canavesei Bontems, 1984

O. collucens (Daniel, 1903)

    =C. luctuosa Olivier, 1807 (sensu Bourdonné, 2007)

O. coerulea (Olivier, 1790)

      C. coerulea De Villers, 1789 (suppressed Bourdonné, 2007)

    =C. tristis auct. non Fabricius, 1792

    =C. rugulosa Suffrian, 1851 non Gebler, 1841

    =C. regulosa auct.

subgenus Chrysochloa Hope, 1840

   =Alpaeixena Motschulsky, 1860 

O. fairmairiana (Des Gozis, 1882)

    =C. splendidula Fairmaire, 1865 non Fabricius, 1801

O. cacaliae (Schrank, 1785)

    =C. tristis Fabricius, 1792

    =C. sumptuosa Redtenbacher, 1849

O. specciosissima (Scopoli, 1763)

    =C. perinii Jakob, 1953

O. genei (Suffrian, 1851)

    =C. elegans Aragona, 1830 non Olivier 1807

O. elongata (Suffrian, 1851) 

O. redikorzevi (Jacobson, 1925)

subgenus Frigidorina Kühnelt, 1984

O. frigida (Weise, 1883)

subgenus Intricatorina Kühnelt, 1984

O. intricata (Germar, 1824)    

subgenus Protorina Weise, 1894

O. melancholica (Heer, 1845)

   =C. melanocephala Duftschmid, 1825 non De Geer 1775

O. peirolerii (Bassi, 1834)

O.  pennina (Binaghi, 1938)

O. plagiata (Suffrian, 1861)

    =C. retenta Weise, 1894

O. sibylla (Binaghi, 1938)

O. ludovicae (Mulsant, 1854)

subgenus Virgulatorina Kühnelt, 1984

    =Hyporeina Bourdonné & Doguet, 1986

O. virgulata (Germar, 1824)


 

  13 november 2016

 H O M E Goudhaantjeswebsite
De Nederlandse Goudhaantjes


This site is online since 2003